Onvoldoende afstand houden is een van de meest voorkomende oorzaken van kop-staartbotsingen. Toch onderschatten veel bestuurders hoeveel ruimte ze echt nodig hebben. Op de snelweg leg je per seconde tientallen meters af, en een mens heeft simpelweg tijd nodig om te reageren en te remmen.
De twee-secondenregel
Een eenvoudige manier om de juiste afstand te bewaren is de twee-secondenregel. Kies een vast punt langs de weg, bijvoorbeeld een lichtmast of een verkeersbord. Zodra de auto voor je dat punt passeert, tel je rustig: eenentwintig, tweeëntwintig. Kom je bij dat punt voordat je klaar bent met tellen, dan zit je te dicht op je voorganger.
Wanneer je meer ruimte nodig hebt
Twee seconden is het minimum bij droog weer en goed zicht. In andere situaties verdubbel je die afstand:
- Bij regen, sneeuw of een nat wegdek wordt je remweg veel langer.
- In het donker zie je gevaar later en heb je dus meer reactietijd nodig.
- Bij mist of fel tegenlicht is je zicht beperkt.
- Als je een aanhanger trekt of de auto zwaar beladen is.
Voldoende afstand geeft je niet alleen tijd om te remmen, maar ook een beter overzicht over het verkeer verderop. Je ziet remlichten eerder en kunt rustiger anticiperen in plaats van schrikken en hard ingrijpen.
Word je toch te dicht benaderd door iemand achter je? Ga dan niet harder rijden en blijf vooral kalm. Vergroot juist de afstand tot de auto vóór je, zodat je voor jezelf extra ruimte creëert. Zo vang je het risico van twee kanten op en blijf je veilig rijden.