
Wie leert autorijden, denkt in het begin vooral aan koppelen, sturen en op tijd remmen. Maar er is nog een vaardigheid die je een leven lang geld en zorgen bespaart: zuinig en soepel rijden. In Nederland staat deze rijstijl bekend als Het Nieuwe Rijden, en het is meer dan een milieutrend. Zuinig rijden betekent rustiger rijden, en rustiger rijden is bijna altijd veiliger rijden. In dit artikel leggen we uit hoe je met kleine aanpassingen in je rijstijl minder brandstof verbruikt, minder slijtage veroorzaakt en tegelijk ontspannener achter het stuur zit.
Waarom zuinig rijden meer oplevert dan je denkt
Zuinig rijden wordt vaak afgedaan als iets voor de milieubewuste bestuurder, maar de voordelen zijn heel praktisch. Een soepele rijstijl kan het brandstofverbruik met tien tot vijftien procent verlagen, en dat merk je direct in je portemonnee. Daarnaast slijten je remmen, banden en koppeling minder snel wanneer je vloeiend rijdt in plaats van steeds op te trekken en abrupt af te remmen.
Er is nog een minder voor de hand liggend voordeel. Wie zuinig rijdt, kijkt automatisch verder vooruit en anticipeert beter op wat er gaat gebeuren. Je remt minder vaak onnodig, houdt meer afstand en raakt minder snel geïrriteerd in het verkeer. Zuinig rijden en veilig rijden gaan daarom hand in hand. Het is geen aparte techniek die je erbij moet leren, maar een manier van kijken en denken die je hele rijstijl kalmer maakt.
Vroeg opschakelen en de motor niet laten gieren
De kern van zuinig rijden zit in het toerental. Veel beginners laten de motor te hoog draaien voordat ze opschakelen, omdat het gevoel geeft dat de auto meer kracht heeft. In werkelijkheid verbruik je dan onnodig veel brandstof. Schakel daarom vroeg op: in een moderne benzineauto kun je vaak al rond de 2000 tot 2500 toeren naar een hogere versnelling, en bij een diesel nog eerder.
Een handige vuistregel is dat je zo snel mogelijk in de hoogste versnelling rijdt die bij je snelheid past. Rijd je vijftig kilometer per uur in een rustige straat, dan hoort daar vaak al de vierde of vijfde versnelling bij. De motor draait dan laag en rustig, wat zowel zuiniger als stiller is. Wees niet bang dat de auto het niet trekt: zolang de motor niet gaat trillen of schokken, zit je goed. Merk je dat de auto moeite heeft bij optrekken of een helling, schakel dan gewoon een versnelling terug.
Anticiperen en uitrollen op de motor
Misschien wel de meest onderschatte techniek is uitrollen. In plaats van tot vlak voor een rood stoplicht of een file door te rijden en dan hard te remmen, haal je vroeg je voet van het gas en laat je de auto in de versnelling uitrollen. De motor remt dan zelf af, en zolang je in de versnelling blijft, gebruikt hij op dat moment vrijwel geen brandstof.
Neem als voorbeeld een stoplicht dat verderop op rood springt. Een onervaren bestuurder rijdt er met volle snelheid op af en remt op het laatste moment krachtig af. Een zuinige bestuurder ziet het rood al van verre, laat het gas los en rolt rustig uit, zodat het licht misschien alweer op groen staat tegen de tijd dat hij er is. Zo hoef je vaak helemaal niet te stoppen en opnieuw op te trekken, wat juist de duurste en minst zuinige beweging is. Deze manier van kijken, ver vooruit en met een plan, is precies wat je ook tijdens het examen laat zien.
Banden, gewicht en de kleine dingen
Zuinig rijden begint niet pas als je wegrijdt, maar bij het onderhoud van de auto. Te zachte banden verhogen de rolweerstand, waardoor de motor harder moet werken en je meer verbruikt. Controleer daarom regelmatig de bandenspanning en houd je aan de waarde die de fabrikant aangeeft. Goed opgepompte banden slijten bovendien gelijkmatiger en geven meer grip, wat weer de veiligheid ten goede komt.
Ook het gewicht in de auto speelt mee. Een dakdrager of dakkoffer die je niet gebruikt, kost extra brandstof door de luchtweerstand, dus haal die eraf als je hem niet nodig hebt. Rijd je zonder bagage, laat dan geen zware spullen onnodig in de kofferbak liggen. Het lijken kleine dingen, maar samen maken ze een merkbaar verschil, zeker als je veel korte ritten maakt zoals in en rond de stad gebruikelijk is.
Snelheid, airco en cruisecontrol
Op de snelweg heeft je snelheid de grootste invloed op je verbruik. Het verschil tussen honderd en honderddertig kilometer per uur kost aanzienlijk meer brandstof, omdat de luchtweerstand met de snelheid sterk toeneemt. Een constante, iets lagere snelheid is dus zuiniger, en cruisecontrol kan daarbij helpen door schommelingen in je snelheid te voorkomen. Op een vlakke weg houdt de cruisecontrol je verbruik mooi stabiel.
Wees ook bewust van je verbruikers in de auto. De airco kost brandstof, dus zet hem uit als je hem niet nodig hebt. Bij lage snelheden in de stad kun je vaak beter een raam openzetten, terwijl op de snelweg juist de airco zuiniger is dan open ramen vanwege de luchtweerstand. Zulke afwegingen worden vanzelf een gewoonte. Uiteindelijk is Het Nieuwe Rijden geen lijstje regels dat je uit je hoofd leert, maar een rustige, vooruitkijkende houding achter het stuur. Wie zo rijdt, bespaart brandstof, komt ontspannen aan en is bovendien een veiligere bestuurder voor iedereen op de weg.